Analyse resultaten Engels
Analyse van de resultaten van het vak Engels over 2025-2026 — van alle klassen en leerjaren tot de eindexamencijfers — volgens het analysemodel voor hoofdstuk 4, met concrete SMART-acties.
Data zijn een bron van informatie waarmee de vakgroep Engels reflecteert op het eigen handelen en waar nodig komt tot verbeteracties. Ook als de cijfers tevreden stemmen, is het van belang te benoemen wat komend jaar wordt ingezet om resultaten te verbeteren of te borgen. Deze analyse volgt het analysemodel voor hoofdstuk 4 van het vakwerkplan en is opgebouwd rond de PDCA-cyclus: eerst het beeld en de verklaringen, daarna de concrete acties.
Verschillen tussen klassen zeggen niets over de sectie
In deze analyse kijken we bewust en nauwkeurig naar verschillen tussen klassen en binnen jaarlagen. Die verschillen zijn geen uitspraak over de samenwerking, de inzet of de kwaliteit van de sectie. Wij zien ze uitdrukkelijk niet als een verschil tussen docenten of tussen de onder- en bovenbouw.
De samenwerking binnen de sectie is goed: tussen onder- en bovenbouw en onderling is er een open en gezamenlijke aanpak, met dezelfde afspraken over leesvaardigheid en toetsing. Sinds er meer stabiliteit in de sectie is, loopt de doorstroom van onderbouw naar bovenbouw stukken soepeler.
De eindexamenklassen havo 5 waren dit jaar gehusseld. Daardoor kwamen enkele zwakkere leerlingen toevallig in één klas terecht, wat het gemiddelde van die klas drukt en de onderlinge bandbreedte verklaart. Het gemiddelde van alle havo 5-leerlingen samen is gelukkig prima: 7,27 op het CE, vrijwel gelijk aan de landelijke benchmark van 7,22.
De mooie examenresultaten zien wij dan ook echt als een prestatie van de hele sectie.
De kernvragen
Wisten wij dit of hadden we het kunnen weten?
De CE-cijfers en de benchmarkvergelijking waren beschikbaar via het schoolbrede cijferoverzicht en de Wolf-groepsrapportages; die zijn dit jaar voor het eerst per klas naast elkaar gelegd. De groepsrapportages kwamen pas binnen na de examens, en daarna hebben we niets meer gezamenlijk geanalyseerd en bekeken — dat doen we nu pas. Het verschil tussen SE en CE konden we daarom ook niet eerder weten, net zomin als de zwakke vraagtypen per klas. De rapportages zijn pas na de zomer bekend, dus de analyse kan niet eerder in het jaar worden gepland. Wat we wel afspreken, is ze direct na publicatie gezamenlijk te bespreken, zodat de uitkomsten meteen aan het begin van het nieuwe schooljaar worden meegenomen.
Wat hebben we er wel of niet aan gedaan?
Wel: alle vraagsoorten worden met de leerlingen geoefend en via eindexamensite.nl zien we snel waar de hiaten zitten — leerlingen kunnen dat zelf ook zien en gericht met die vragen aan de slag. Examenteksten zijn klassikaal behandeld en de CE-resultaten zijn per klas naast de benchmark gelegd. Niet: de kaders voor de teksten waarop significant werd afgeweken en het bijbehorende eigen materiaal konden pas nu worden opgesteld, het SE-CE verschil was niet eerder bekend en de resultaten zijn nog niet met de schoolleiding besproken.
Wat gaan we hier nu mee doen?
De concrete acties staan in de doelentabel onderaan deze pagina. Kort samengevat: gerichte instructie op hoofdgedachte en communicatieve strekking, gedeelde kaders met zelf ontwikkeld materiaal voor de opvallende teksten, expliciet oefenen met open vragen, een structurele aanpak in vwo 6 en versterking van de doorlopende leerlijn leesvaardigheid.
Naast de eindexamenklassen zijn ook de resultaten van alle andere klassen Engels uit schooljaar 2025-2026 in de analyse betrokken. Onderstaand overzicht laat per klas het gemiddelde cijfer zien, gevolgd door het gemiddelde per leerjaar en een analyse van wat opvalt. Voor havo 5 en vwo 6 is dat cijfer het SE-cijfer: het schoolcijfer uit het cijferoverzicht. Bron: schoolbreed cijferoverzicht havo/vwo 2025-2026 (vak Engels).
Gemiddelde cijfers per klas
| Klas | Niveau | Leerjaar | Docent | Gem. cijfer |
|---|---|---|---|---|
| p1A | havo/vwo | 1 | ABI | 6,70 |
| p1B | havo/vwo | 1 | ABI | 7,05 |
| p1C | havo/vwo | 1 | NAA | 6,88 |
| p1D | vwo | 1 | ABI | 7,66 |
| pH2A | HAVO | 2 | NAA | 6,59 |
| pH2B | HAVO | 2 | MAL | 6,51 |
| pHV2C | HAVO | 2 | ABI | 6,85 |
| pHV2C | VWO | 2 | ABI | 7,13 |
| pV2A | VWO | 2 | ABI | 7,07 |
| pH3A | HAVO | 3 | MAL | 6,90 |
| pH3B | HAVO | 3 | MAL | 6,66 |
| pH3C | HAVO | 3 | GJA | 6,28 |
| pV3A | VWO | 3 | GJA | 6,82 |
| pH4A | HAVO | 4 | VSS | 6,97 |
| pH4B | HAVO | 4 | VSS | 6,84 |
| pH4C | HAVO | 4 | TIE | 7,17 |
| pH4D | HAVO | 4 | TIE | 7,02 |
| pV4A | VWO | 4 | KPR | 5,65 |
| pV4B | VWO | 4 | TIE | 6,45 |
| pH5A | HAVO | 5 | KPR | 6,51 |
| pH5B | HAVO | 5 | VSS | 6,90 |
| pH5C | HAVO | 5 | TIE | 6,30 |
| pV5A | VWO | 5 | KPR | 7,09 |
| pV5A | VWO | 5 | TIE | 6,10 |
| pV6A | VWO | 6 | KPR | 6,75 |
Gemiddelde per leerjaar
| Leerjaar | Niveau | Gemiddelde |
|---|---|---|
| Brugklas | havo/vwo · vwo | 7,07 |
| 2 | HAVO | 6,65 |
| 2 | VWO | 7,10 |
| 3 | HAVO | 6,61 |
| 3 | VWO | 6,82 |
| 4 | HAVO | 7,00 |
| 4 | VWO | 6,05 |
| 5 | HAVO | 6,57 |
| 5 | VWO | 6,60 |
| 6 | VWO | 6,75 |
Wat valt op?
- De brugklas (leerjaar 1) wordt als één geheel gezien en scoort met 7,07 het hoogst van alle leerjaren. De brugklas bestaat uit drie havo/vwo-klassen (p1A, p1B en p1C) en een vwo-klas (p1D). Havo 2, havo 3 en havo 5 blijven met 6,57 tot 6,65 ruim daaronder.
- Op de havo is leerjaar 4 het sterkste jaar (7,00) en leerjaar 5 het zwakste (6,57). De daling in het examenjaar past bij een zwaarder programma en het wegvallen van leerlingen die tussentijds afstromen.
- Op het vwo is leerjaar 4 juist het zwakste jaar (6,05), vooral door pV4A (5,65) tegenover pV4B (6,45) — een verschil van 0,80 binnen één leerjaar. In vwo 4 is dit jaar geëxperimenteerd met een andere didactische aanpak; de sectie gunt docenten en leerlingen de tijd om daaraan te wennen voordat de resultaten worden beoordeeld.
- Het gemiddelde schoolcijfer van havo 5 (6,57) is gelijk aan het gemiddelde SE-cijfer. Het CE ligt met 7,27 duidelijk hoger: leerlingen scoren op het centraal examen beter dan in de schoolexamens.
- Binnen havo 3 is de bandbreedte tussen parallelklassen het grootst (pH3C 6,28 tegen pH3A 6,90). In havo 2 en havo 4 liggen de parallelklassen juist dicht bij elkaar.
- De klasverschillen volgen niet het patroon van één docent: dezelfde docent geeft zowel de sterkste havo-klas (pH4C 7,17) als de zwakste (pH5C 6,30).
- Alle klassen Engels blijven gemiddeld boven de 5,5, maar het aantal klassen dat boven de 7,0 uitkomt is beperkt tot p1B, p1D, pH4C, pHV2C (vwo) en pV5A (KPR).
Analysemodel eindexamencijfers
Wat is het gemiddelde cijfer voor jouw vak en wat is de percentielscore t.o.v. gelijksoortige scholen (de benchmark)?
Op havo 5 behalen de drie examenklassen een gemiddeld CE-cijfer van 7,27. Dat ligt vrijwel gelijk aan de landelijke benchmark voor het vak Engels op de havo (7,22) en ruim boven de benchmark van de schoolsoort (6,33). Op vwo 6 is het gemiddelde CE-cijfer 6,29 — iets onder zowel de vakbenchmark (6,59) als de schoolsoortbenchmark (6,40). De aangeleverde rapportage bevat wel percentielscores: die zijn daarin als bolletjes weergegeven. In dit overzicht is de positie daarnaast uitgedrukt als verschil ten opzichte van de benchmark, zodat de afwijking direct zichtbaar is.
| Klas | Gem. CE | Benchmark vak | Verschil | Benchmark schoolsoort |
|---|---|---|---|---|
| pH5A | 7,05 | 7,22 | −0,17 | 6,33 |
| pH5B | 7,63 | 7,22 | +0,41 | 6,33 |
| pH5C | 7,14 | 7,22 | −0,08 | 6,33 |
| Havo 5 (totaal) | 7,27 | 7,22 | +0,05 | 6,33 |
| pV6A | 6,29 | 6,59 | −0,30 | 6,40 |
Wat valt daarbij op?
Het CE Engels op de havo ligt op het landelijk niveau en behoort tot de hoogste CE-gemiddelden van havo 5 op deze school — alleen maatschappijwetenschappen en bedrijfseconomie komen in de buurt. Tegelijk is er binnen havo 5 een bandbreedte van 0,58 tussen de klassen (7,05–7,63). Op het vwo valt Engels juist in de middenmoot: het vak blijft onder de eigen vakbenchmark, terwijl vakken als scheikunde, kunst, maatschappijwetenschappen en Frans daar boven uitkomen. Ook het verschil tussen beide niveaus is opvallend groot: 7,27 op de havo tegen 6,29 op het vwo.
Wat is het gemiddelde cijfer voor jouw vak en het verschil tussen SE-CE en de norm?
Voor havo 5 en vwo 6 is het SE-cijfer gelijk aan het schoolcijfer uit het cijferoverzicht: de SE-kolom en de klasgemiddelden in deze analyse zijn dus dezelfde cijfers. Op de havo ligt het CE structureel hoger dan het SE (+0,54 tot +0,84; gemiddeld +0,70). Op het vwo is het omgekeerd: het CE ligt 0,46 onder het SE. Een groot positief SE-CE verschil kan betekenen dat het SE strenger wordt nagekeken dan het CE-niveau rechtvaardigt; een negatief verschil op het vwo vraagt om aandacht voor de examengerichtheid van het onderwijs.
| Klas | Gem. SE | Gem. CE | Verschil CE − SE | Benchmark vak |
|---|---|---|---|---|
| pH5A | 6,51 | 7,05 | +0,54 | 7,22 |
| pH5B | 6,90 | 7,63 | +0,73 | 7,22 |
| pH5C | 6,30 | 7,14 | +0,84 | 7,22 |
| Havo 5 (totaal) | 6,57 | 7,27 | +0,70 | 7,22 |
| pV6A | 6,75 | 6,29 | −0,46 | 6,59 |
Wat is het gemiddelde cijfer per docent voor hetzelfde vak (als er meer docenten les hebben gegeven aan de eindexamenklas)?
Aan havo 5 gaven drie docenten les aan een examenklas. Binnen havo 5 liggen de CE-cijfers tussen 7,05 en 7,63 — een bandbreedte van 0,58. Docent KPR gaf daarnaast als enige les aan het vwo-eindexamen.
| Docent | Klas | Gem. SE | Gem. CE |
|---|---|---|---|
| KPR | pH5A | 6,51 | 7,05 |
| KPR | pV6A | 6,75 | 6,29 |
| VSS | pH5B | 6,90 | 7,63 |
| TIE | pH5C | 6,30 | 7,14 |
Als er verschillen zijn kan hier een oorzaak voor worden aangegeven?
De bandbreedte van 0,58 op de havo is klein en geen van de verschillen is statistisch significant. De verschillen hangen eerder samen met klasgrootte en samenstelling dan met de docent: pH5B (24 leerlingen) presteert het hoogst, pH5C (20 leerlingen) kent de grootste spreiding (3,0–9,5). Op het vwo gaf één docent les aan het eindexamen, waardoor een docentvergelijking daar niet mogelijk is.
Wat zijn de gemiddelde cijfers van de verschillende klassen door de leerjaren heen?
Onderstaand overzicht toont het gemiddelde schoolcijfer (Gem. VG) van Engels per klas per leerjaar in 2025-2026.
| Leerjaar | Klassen en gemiddelden |
|---|---|
| Brugklas | p1A havo/vwo 6,70 · p1B havo/vwo 7,05 · p1C havo/vwo 6,88 · p1D vwo 7,66 — gemiddeld 7,07 |
| 2 havo | pH2A 6,59 · pH2B 6,51 · pHV2C 6,85 — gemiddeld 6,65 |
| 2 vwo | pHV2C 7,13 · pV2A 7,07 — gemiddeld 7,10 |
| 3 havo | pH3A 6,90 · pH3B 6,66 · pH3C 6,28 — gemiddeld 6,61 |
| 3 vwo | pV3A 6,82 |
| 4 havo | pH4A 6,97 · pH4B 6,84 · pH4C 7,17 · pH4D 7,02 — gemiddeld 7,00 |
| 4 vwo | pV4A 5,65 · pV4B 6,45 — gemiddeld 6,05 |
| 5 havo | pH5A 6,51 · pH5B 6,90 · pH5C 6,30 — gemiddeld 6,57 |
| 5 vwo | pV5A 7,09 · pV5A 6,10 — gemiddeld 6,60 |
| 6 vwo | pV6A 6,75 |
Als er verschillen zijn kan hier een oorzaak voor worden aangegeven?
Binnen de havo zakken de cijfers in het eindexamenjaar licht ten opzichte van havo 4 (havo 4 gemiddeld 7,0 tegen havo 5 gemiddeld 6,6). Dat past bij een zwaarder programma en het wegvallen van leerlingen die tussentijds afstromen. Op het vwo valt pV4A (5,65) op, terwijl dezelfde jaarlaag in pV4B 6,45 haalt — een verschil van 0,80 binnen één leerjaar. In vwo 4 is er dit jaar sprake geweest van een verschil in didactische aanpak. Als sectie vinden wij dat er ruimte mag zijn om te experimenteren met een aanpak en dat docenten en leerlingen tijd nodig hebben om aan een bepaalde werkwijze te wennen; een eerste meting zegt dan nog niet alles over het effect ervan. In de bovenbouw stijgt het beeld vervolgens weer (pV5A 7,09 en 6,10; pV6A 6,75). De brugklas scoort met een gemiddelde van 7,07 (7,05–7,66 per klas) het hoogst; daar spelen de instroom op verschillende niveaus en een andere manier van toetsen dan in de bovenbouw een rol. Daarbij geldt dat het niveau waarop aan de vaardigheden wordt gewerkt per schooljaar verschilt: in de onderbouw staan basisvaardigheden en eenvoudiger teksten centraal, terwijl in de bovenbouw het abstractieniveau, de tekstlengte en de examengerichte vaardigheden zwaarder wegen. Cijfers van verschillende schooljaren zeggen daarom niet hetzelfde en zijn niet één-op-één te vergelijken.
Wat zijn de cijfers van de individuele leerlingen?
Individuele leerlingcijfers zijn niet in het schoolbrede cijferoverzicht opgenomen; de Wolf-groepsrapportages geven de spreiding per klas. pH5A loopt van 3,0 tot 10,0 en pH5C van 3,0 tot 9,5. Voor pH5B en pV6 is de spreiding in de beschikbare rapportage niet expliciet benoemd.
Zijn die mogelijk ook debet aan de verschillen tussen klassen?
Ja, de spreiding verklaart een groot deel van het beeld. pH5C heeft de grootste spreiding en het laagste klasgemiddelde, pH5B de kleinste spreiding en het hoogste gemiddelde. Het klasgemiddelde wordt dus vooral bepaald door de onderkant van de groep: enkele zeer lage cijfers drukken het gemiddelde sterker dan enkele hoge cijfers het optillen.
Welke mogelijke oorzaken zijn er voor de verschillen tussen leerlingen?
- Verschil in leesvaardigheidsniveau en beheersing van leesstrategieën (scannen, skimmen, hoofdgedachte bepalen).
- Woordenschat en algemene taalvaardigheid: teksten met abstracter vocabulaire leveren meer uitval op.
- Mate van oefening met examenteksten voorafgaand aan het CE.
- Motivatie en werkhouding, met name de bereidheid om teksten volledig te lezen in plaats van op steekwoorden te gokken.
- Zelfstandigheid bij het plannen van examenvoorbereiding.
Welke invloed had het klassenklimaat?
Het klassenklimaat is niet in cijfers te meten. Wat wel opvalt: de klassen met de grootste spreiding vragen om een klimaat waarin fouten bespreekbaar zijn en zwakkere lezers zich veilig voelen om hulp te vragen. In de lesbespreking is dit een terugkerend aandachtspunt, maar het is niet als oorzaak van de cijferverschillen aan te tonen.
Welke invloed had de motivatie/gedrag van leerlingen?
Motivatie en werkhouding zijn niet rechtstreeks gemeten. pH5B was dit jaar de klas met de grootste gedragsproblemen, terwijl juist die klas het hoogste CE-cijfer haalt (7,63). Gedrag en resultaat lopen dus niet gelijk op en de klasverschillen zijn niet aan gedrag toe te schrijven. Wat verder opvalt is het tegengestelde patroon tussen de niveaus: op de havo ligt het CE-cijfer hoger dan het SE, wat erop kan wijzen dat leerlingen zich voor het eindexamen extra inzetten. Op het vwo laat het omgekeerde zien: daar blijft de CE-inzet achter bij het SE.
Welke invloed had het niveau van leerlingen?
De klassen zijn heterogeen samengesteld. pH5C heeft de grootste spreiding (3,0–9,5) en het laagste klasgemiddelde; pV6 is een heterogene vwo-klas waarin het hogere abstractieniveau van vwo-teksten zichtbaar wordt in de lagere scores op hoofdgedachte en communicatieve strekking. Het niveau van de groep verklaart daarmee een deel van de verschillen tussen klassen.
Wat valt op bij de beantwoording van de examenvragen?
In de Wolf-groepsrapportages van CSE 2026 tijdvak 1 presteren leerlingen van alle klassen relatief goed op zoekopdrachten en op vragen over tekststructuur. De zwakkere categorieën zijn hoofdgedachte en communicatieve strekking. Leerlingen vinden de informatie in een tekst dus wel, maar hebben moeite met het bepalen van de kern en met het interpreteren van de intentie of toon van de schrijver.
Valt een bepaald type vragen op?
Ja. Hieronder de sterkste en zwakste categorieën per klas, met de score ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
| Klas | Sterkste onderdelen | Aandachtspunten |
|---|---|---|
| pH5A | Zoekopdracht (73% vs 72%), Tekststructuur (74% vs 75%), Tekst 11 TLDR (85% vs 85%) | Hoofdgedachte (51% vs 57%), Tekst 6 Solar-Powered Crib (73% vs 84%), Tekst 10 A Center (46% vs 59%) |
| pH5B | Tekst 11 TLDR (90% vs 85%), Tekst 6 Solar-Powered Crib (89% vs 84%), Tekststructuur (79% vs 75%) | Communicatieve strekking (56% vs 48% — laagste categorie), Tekst 9 To Chapel (55% vs 54%) |
| pH5C | Communicatieve strekking (53% vs 48%), Tekst 6 Solar-Powered Crib (84% vs 84%) | Betekenis tekstelement (59% vs 66%), Tekst 4 Illegal Supreme (62% vs 75%), Tekst 7 Calling it Quits (52% vs 61%), Open vragen (62% vs 69%) |
| pV6 | Tekst 11 Jack Nicholson (79% vs 76%), Tekststructuur (61% vs 61%) | Tekst 8 (51% vs 63%), Hoofdgedachte (56% vs 63%), Communicatieve strekking (57% vs 64%), Zoekopdracht (53% vs 59%) |
Vallen bepaalde vragen bij bepaalde klassen of docenten op?
Er zijn twee statistisch significante afwijkingen ten opzichte van het landelijk gemiddelde: Tekst 6 (Innovative Solar-Powered Crib, pH5A — 73% vs 84%) en Tekst 8 (pV6 — 51% vs 63%). Beide keren gaat het om één specifieke, langere tekst met een hoger abstractieniveau. Opvallend is dat pH5B juist bovengemiddeld scoort op Tekst 6 (89% vs 84%), terwijl pH5A op diezelfde tekst significant achterblijft. De afwijking lijkt daarmee tekstgebonden en klasgebonden, niet docentgebonden.
Formuleer concrete hypotheses voor alle mogelijke oorzaken die een rol zouden kunnen hebben gespeeld bij het eindresultaat van het eindexamen.
De onderstaande hypotheses zijn richtinggevend voor de acties in de doelentabel en worden in 2026-2027 getoetst.
- H1 — Leerlingen die zwak scoren op hoofdgedachte-vragen missen een expliciete leesstrategie; gerichte strategie-instructie verhoogt hun score.
- H2 — De lagere score op communicatieve strekking komt doordat leerlingen de intentie en toon van de schrijver onvoldoende koppelen aan de tekstsoort.
- H3 — Het positieve SE-CE verschil op de havo (+0,70) ontstaat doordat SE-toetsen strenger worden nagekeken dan het CE-niveau rechtvaardigt.
- H4 — De significante afwijking bij Tekst 6 (pH5A) en Tekst 8 (pV6) hangt samen met het abstractieniveau en de lengte van die specifieke teksten, niet met de klas of de docent.
- H5 — De grote spreiding in pH5C (3,0–9,5) wordt veroorzaakt door een heterogene groep met een duidelijke onderkant; die onderkant drukt het klasgemiddelde.
- H6 — Op het vwo blijft de CE-inzet achter bij het SE omdat leerlingen het CE Engels onderschatten; gerichte examentraining verhoogt het CE-cijfer.
- H7 — In vwo 4 is dit jaar sprake geweest van een verschil in didactische aanpak tussen pV4A en pV4B. Het verschil van 0,80 tussen beide klassen hangt daarmee samen met de gekozen aanpak en klasdynamiek. De sectie vindt dat er ruimte mag zijn om te experimenteren met een aanpak en dat docenten en leerlingen tijd nodig hebben om daaraan te wennen; de resultaten worden daarom pas op langere termijn beoordeeld.
De acties zijn SMART beschreven: wat, waarom, hoe, wanneer, hoe lang, de resultaatverwachting en de vorm van monitoren en evalueren. Dit is de informatie waarmee de schoolleiding de kwaliteit van de reflectie van de sectie kan monitoren.
| Actie (wat) | Waarom (analyse) | Hoe (aanpak) | Wanneer | Hoe lang | Resultaatverwachting | Monitoren & evalueren |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gerichte lessen hoofdgedachte en communicatieve strekking in havo 5 en vwo 6. | Hoofdgedachte en communicatieve strekking zijn bij vrijwel alle klassen de zwakste categorieën (pH5A 51% vs 57%; pV6 56% vs 63% en 57% vs 64%). | Vaste werkwijze invoeren: per examentekst eerst de hoofdgedachte en de intentie van de schrijver bepalen en beargumenteren, met een vast stappenplan. Eén vaardigheid staat centraal: leesvaardigheid. | Periode 3 van 2026-2027 | Minimaal 1 les per week | Score op hoofdgedachte- en strekkingsvragen stijgt met minimaal 5 procentpunten en komt op of boven het landelijk gemiddelde. | Geen aparte tussentijdse toets — de PTA's liggen al vast. Observatie in de les en bespreking in het sectieoverleg; de Wolf-rapportage 2027 geldt als eindmeting. |
| Kaders vaststellen en eigen materiaal delen voor de opvallende teksten (Tekst 6 pH5A, Tekst 8 pV6, Tekst 4 en 7 pH5C). | Bij Tekst 6 (pH5A 73% vs 84%) en Tekst 8 (pV6 51% vs 63%) is het verschil met landelijk statistisch significant. | De sectie stelt kaders op voor deze en vergelijkbare teksten: welke vaardigheid centraal staat, welk niveau en welke aanpak. We ontwikkelen daarvoor zelf lesmateriaal en delen dat in de sectiemap; waar dat niet nodig is, gebruiken we examensite.nl voor gerichte oefening op vraagniveau. | Start periode 3 van 2026-2027 | Minimaal 1 les per week | Geen statistisch significante afwijking meer op deze vraagtypen in de volgende CSE-afname. | Resultaten van de oefentoetsen vergelijken; Wolf-rapportage 2027. |
| Expliciet oefenen met open vragen en antwoordformulering. | Open vragen scoren bij pH5C duidelijk lager dan landelijk (62% vs 69%). | Werken met het correctievoorschrift: leerlingen beoordelen elkaars antwoorden en herschrijven onvolledige antwoorden. | Periode 3 van 2026-2027 | Minimaal 1 les per week | Open-vraagscores op of boven het landelijk gemiddelde; vollediger en preciezere antwoorden. | Nakijken met correctievoorschrift in de les; toetsanalyse in periode 3. |
| Vwo 6: structurele aanpak voor hoofdgedachte, communicatieve strekking en zoekopdrachten. | pV6 scoort 6,29 tegen een vakbenchmark van 6,59 en blijft op drie categorieën onder landelijk. | Extra tekstverwerkingslessen met vwo-niveau teksten; wekelijkse oefening met examenteksten en nabespreking van het antwoordproces. | Vanaf periode 3 van 2026-2027 | Minimaal 1 les per week | CE-cijfer vwo 6 Engels komt op of boven de vakbenchmark (6,59). | Voortgangstoetsen per periode; Wolf-rapportage 2027. |
| Doorlopende leerlijn leesvaardigheid vanaf leerjaar 1 versterken. | In de onder- en middenbouw liggen de gemiddelden tussen 5,65 en 7,66 met duidelijke uitschieters (pV4A 5,65); een stevige leesbasis voorkomt achterstand in de bovenbouw. | Vaste leesstrategieën en woordenschatopbouw per leerjaar afspreken en opnemen in het PTO. | Schooljaar 2026-2027 | Structureel | Stijging van de gemiddelde cijfers in leerjaar 4 en een kleiner verschil tussen parallelklassen. | Jaarlijkse opbrengstenanalyse per leerjaar en parallelvergelijking. |
- Cito Wolf-groepsrapportage CSE HAVO/VWO Engels 2026, tijdvak 1 (bijlage 3).
- Cijferoverzicht havo/vwo 2025-2026 (schoolbreed overzicht per vak, docent en klas).
- Opbrengstenanalyse hoofdstuk 4 van het vakwerkplan Engels, schooljaar 2025-2026.