Vakwerkplan Engels
Hoofdstuk 4

Opbrengsten

Analyse van de overgangs- en schoolexamenresultaten periode 4 – Engels, per schooljaar.

Analyse overgangs- en schoolexamenresultaten periode 4 – Engels.

4.1 Uitgangspunten en gebruikte gegevens
  • Deze analyse is gebaseerd op de aangeleverde cijferbestanden van periode 4 voor klas 1, 2, 3, havo 4 en vwo 4. Voor havo 5 is een schermafbeelding aangeleverd; deze is alleen indicatief meegenomen, omdat geen volledig werkbaar cijferbestand beschikbaar was.
  • Voor iedere klas zijn gemiddelde, spreiding, laagste en hoogste eind-/gemiddeld cijfer en het percentage onvoldoendes berekend. Bij parallelklassen zijn de uitkomsten naast elkaar gezet.
  • Waar eerdere periodecijfers in hetzelfde bestand stonden, is de ontwikkeling binnen het schooljaar meegenomen. Gegevens van dezelfde periode in het vorige schooljaar waren niet aangeleverd; daarom wordt die vergelijking niet cijfermatig gedaan.
4.2 Resultaten per periode
KlasP1 gem.P1 bereikP2 gem.P2 bereikVerschilAnalyse
Leerjaar 1
p1A6.83.6–9.87.03.6–9.8+0.2Positieve ontwikkeling. Aantal voldoendes neemt toe en resultaten stabiliseren zich gedurende het schooljaar.
p1B7.43.1–9.97.33.1–9.9-0.1Stabiel beeld. Dit wijst op groei in vaardigheden, effectieve begeleiding en een goede aansluiting tussen onderwijs en toetsing.
p1C6.74.5–9.06.84.5–9.0+0.1Daarna lieten de meeste leerlingen weer een mooie groei zien die consistent is in vergelijking met voorgaande jaren.
p1D7.13.5–9.67.63.5–9.6+0.5Duidelijke groei. Dit wijst op groei in vaardigheden, effectieve begeleiding en een goede aansluiting tussen onderwijs en toetsing.
Leerjaar 2
H2A6.13.5–10.06.53.5–10.0+0.4Groei in vaardigheden. Snel weer significante groei te zien na de gewenningsperiode. De ontwikkeling past bij opbrengstgericht werken en begeleiding binnen de lessen.
H2B5.71.0–9.45.71.0–9.40.0Stabiel beeld. Hieruit blijkt dat de klas gedurende het schooljaar meer grip krijgt op de leerstof.
H2C5.41.7–9.56.61.7–9.5+1.2De ontwikkeling past bij opbrengstgericht werken en duidelijke begeleiding binnen de lessen.
V2A6.52.0–10.06.72.0–10.0+0.2Positieve ontwikkeling. Ondanks de verschillen binnen de groep behalen veel leerlingen in periode 2 hogere resultaten.
V2C5.43.2–9.77.13.2–9.7+1.7Hieruit blijkt dat de klas gedurende het schooljaar meer grip krijgt op de leerstof.
Leerjaar 3
H3A6.31.0–9.86.71.0–9.8+0.4De ontwikkeling laat zien dat begeleiding en herhaling bijdragen aan betere prestaties.
H3B6.31.0–10.06.51.0–10.0+0.2De resultaten passen bij een onderwijsaanpak waarin duidelijke uitleg en persoonlijke begeleiding centraal staan.
H3C5.61.0–10.06.21.0–10.0+0.6Een groot deel van de leerlingen behaalt in periode 2 stabielere of hogere cijfers. Hieruit blijkt dat leerlingen beter aansluiting vinden bij de leerstof en toetsing.
V3A6.51.0–10.06.71.0–10.0+0.2Met name leerlingen die lager startten laten later in het jaar vooruitgang zien. Dit duidt op effectieve ondersteuning, duidelijke feedback en groei in vaardigheden.
Havo 4
pH4A5.42.1–9.57.12.1–9.5+1.7Leerlingen lieten in periode 2 een mooie groei zien, met name tijdens het Kerstproject (Sir Gawain and The Green Knight). Aantal voldoendes neemt zichtbaar toe.
pH4B5.82.8–9.77.32.8–9.7+1.5Bij veel leerlingen is zichtbaar dat zij in periode 2 stabielere of hogere cijfers behalen.
pH4C4.81.0–10.07.61.0–10.0+2.8Sterke groei van 4.8 naar 7.6. Dit beeld past bij een klas waarin duidelijke uitleg en ondersteuning bijdragen aan leerontwikkeling.
pH4D5.62.5–9.47.02.5–9.4+1.4De resultaten wijzen op effectieve begeleiding, gerichte feedback en groei in taalvaardigheid.
Vwo 4
pV4A6.03.0–9.77.23.0–9.7+1.2Aantal onvoldoendes neemt in periode 2 af. Leerlingen profiteren van feedback, herhaling en gerichte begeleiding. Duidelijke ontwikkeling gedurende de twee periodes.
pV4B6.13.1–9.68.03.1–9.6+1.9Aantal onvoldoendes daalt van vier in periode 1 naar geen enkele onvoldoende in periode 2. De klas laat niet alleen stabiele resultaten zien maar vooral duidelijke groei.
Havo 5
pH5A5.72.4–9.36.92.4–9.3+1.2Stijging van 5.7 naar 6.9. Havo 5 moest wennen aan de nieuwe samenstelling; de klassen waren gehusseld, iets wat voorgaande jaren eigenlijk nooit gebeurde.
pH5B5.92.7–9.16.82.7–9.1+0.9Duidelijke feedback en individuele ondersteuning dragen bij aan leerontwikkeling. Aantal voldoendes neemt zichtbaar toe.
pH5C6.31.0–9.76.71.0–9.7+0.4Leerlingen die in periode 1 lager scoorden laten later in het jaar vooruitgang zien. Effectieve begeleiding en gerichte feedback.
Vwo 5
pV5A6.22.2–9.97.22.2–9.9+1.0Spreiding is groot maar meerdere leerlingen laten duidelijke vooruitgang zien. Aantal onvoldoendes neemt af. De resultaten wijzen op effectieve begeleiding en groei in vaardigheden.
Vwo 6
pV66.53.4–9.87.03.4–9.8+0.5Meerdere leerlingen verbeteren hun resultaten in periode 2. Vooral op het gebied van leesvaardigheid en toetsvaardigheden is groei zichtbaar. Stabiele voorbereiding op het examenniveau.
Gemiddeld cijfer per klas
p1Ap1Bp1Cp1DpH2ApH2BpHV2CpV2ApH3ApH3BpH3CpV3ApH4ApH4BpH4CpH4DpV4ApV4BpV5A*469
Percentage onvoldoendes per klas
p1Ap1Bp1Cp1DpH2ApH2BpHV2CpV2ApH3ApH3BpH3CpV3ApH4ApH4BpH4CpH4DpV4ApV4BpV5A*0%7%14%21%28%
Ontwikkeling: eerste vs. eindgemiddelde
p1Ap1Bp1DpH2BpHV2CpH3ApH3BpH4CpH4DpV4ApV4B56789
  • Eerste gem.
  • Eindgem.
Top 5 sterkste klassen
66.577.58p1DpH4ApV4BpH4BpV3A
Gemiddelde per leerjaar (radar)
Leerjaar 1Leerjaar 2Leerjaar 3Havo 4Vwo 4Vwo 555.756.57.258
Gemiddelde per leerjaargroep
Leerjaar 1Leerjaar 2Leerjaar 3Havo 4Vwo 4Vwo 556789
4.3 Samenvattende resultaten per klas
KlasAantalGem.MediaanSpreidingLaagsteHoogste% onv.
p1A266.776.51.194.09.07.7%
p1B237.047.01.005.09.04.3%
p1C227.127.20.765.68.40.0%
p1D297.598.00.895.09.03.4%
pH2A306.967.11.015.39.56.7%
pH2B266.587.00.844.08.07.7%
pHV2C107.107.00.546.08.00.0%
pV2A277.157.00.805.08.03.7%
pH3A266.927.00.925.09.03.8%
pH3B276.597.00.735.08.03.7%
pH3C226.496.60.825.17.89.1%
pV3A297.167.30.955.58.80.0%
pH4A197.497.40.886.29.40.0%
pH4B277.207.00.895.78.70.0%
pH4C266.996.71.045.09.13.8%
pH4D296.866.91.103.88.76.9%
pV4A186.786.70.995.38.911.1%
pV4B167.317.31.015.79.10.0%
pV5A*27 zichtbaar6.696.51.762.19.925.9%

* pV5A is indicatief verwerkt op basis van de zichtbare cijfers in de aangeleverde schermafbeelding. Let op: bij pH4A en pH4B geeft het beeld een vertekend beeld, omdat veel leerlingen zijn uitgestroomd naar het MBO en geen cijfers meer hebben behaald.

4.4 Analyse per leerjaar en parallelklassen
1

Leerjaar 1

Alle vier de klassen scoren voldoende tot ruim voldoende. p1D springt positief uit met het hoogste gemiddelde (7,59). De methodegebonden toets Unit 4 heeft in meerdere brugklassen duidelijk meer onvoldoendes dan taaldorp en leesvaardigheid; dit wijst op aandacht voor woordenschat, grammatica en toetsvoorbereiding.

2

Leerjaar 2

Havo 2 en vwo/havo-vwo 2 blijven gemiddeld voldoende. pH2B heeft een lager gemiddelde dan pH2A, maar de percentages onvoldoendes liggen dicht bij elkaar. Praktische en mondelinge opdrachten scoren duidelijk sterker dan methode- en leesvaardigheidstoetsen.

3

Leerjaar 3

De havo 3-klassen liggen dicht bij elkaar, met gemiddelden tussen 6,49 en 6,92. Leesvaardigheid heeft in havo 3 het hoogste aandeel onvoldoendes, terwijl spreekvaardigheid/presentatie sterker is. pV3A scoort stabiel en hoog met 100% voldoendes.

4

Havo 4

De schoolexamenonderdelen leveren overwegend goede resultaten op. pH4A en pH4B hebben 100% voldoendes; pH4C en pH4D vragen gerichte aandacht voor leerlingen onder 5,5. Let op: bij pH4A en pH4B is het beeld vertekend doordat veel leerlingen zijn uitgestroomd naar het MBO en geen cijfers meer hebben behaald.

5

Vwo 4

pV4B scoort hoger dan pV4A en heeft geen onvoldoendes. Bij pV4A ligt het percentage onvoldoendes hoger. Dit vraagt om analyse van lesaanpak, toetsvoorbereiding en leerlingkenmerken.

6

Havo 5/vwo 5

Voor pV5A is alleen een schermafbeelding beschikbaar. De zichtbare cijfers laten een grotere spreiding en relatief meer onvoldoendes zien. Voor een betrouwbare schoolexamenanalyse is volgend jaar een volledig exportbestand nodig.

Parallelvergelijking

ParallelgroepKlassenLaagste gem.Hoogste gem.VerschilDuiding
1p1A, p1B, p1C, p1D6.777.590.82Groot verschil; gerichte analyse van voorbereiding, normering en leerlingpopulatie.
H2pH2A, pH2B6.586.960.38Kleine verschillen; resultaten zijn voldoende vergelijkbaar.
H3pH3A, pH3B, pH3C6.496.920.43Zichtbaar verschil; bespreken in parallelgroep en verklarende factoren vastleggen.
H4pH4A, pH4B, pH4C, pH4D6.867.490.63Zichtbaar verschil; bespreken in parallelgroep en verklarende factoren vastleggen.
V4pV4A, pV4B6.787.310.53Zichtbaar verschil; bespreken in parallelgroep en verklarende factoren vastleggen.
4.5 Ontwikkeling ten opzichte van eerdere periode
KlasEerste gem.Eindgem.VerschilDuiding
p1A6.796.70-0.09stabiel
p1B6.987.05+0.07stabiel
p1D7.927.66-0.26daling
pH2B7.226.51-0.71daling
pHV2C7.207.13-0.07stabiel
pH3A7.236.80-0.43daling
pH3B6.976.61-0.36daling
pH4C7.026.99-0.03stabiel
pH4D7.216.86-0.35daling
pV4A6.936.78-0.15stabiel
pV4B7.697.31-0.38daling

De ontwikkeling binnen hetzelfde schooljaar is overwegend stabiel. Bij pH2B en havo 3 is een daling zichtbaar die vooral gekoppeld lijkt aan leesvaardigheid. Dit wordt meegenomen in de acties voor komend schooljaar.

4.6 Trends, opvallendheden en foutenanalyse
  • Leesvaardigheid is het meest kwetsbare onderdeel. In havo 3 en in enkele bovenbouwklassen ligt het percentage onvoldoendes op leesvaardigheid duidelijk hoger dan bij presentatie, taaldorp of spreekvaardigheid.
  • Methodegebonden toetsen in leerjaar 1 en 2 leveren meer spreiding op dan praktische taalvaardigheid. Waarschijnlijk spelen woordenschatverwerving, grammaticale basis en toetsstrategie een grotere rol.
  • Mondelinge en praktische opdrachten scoren sterker. Dit past bij lessen waarin leerlingen veel oefenen, voorbeelden zien en vooraf weten waarop zij worden beoordeeld.
  • De verschillen tussen parallelklassen zijn meestal beperkt, maar bij leerjaar 1, havo 4 en vwo 4 zijn er voldoende verschillen om de aanpak en normering samen te bespreken.
  • De beschikbare bestanden bevatten geen itemanalyse per vraag. Veelgemaakte fouten kunnen daarom alleen op hoofdlijnen worden afgeleid uit de deelresultaten. Volgend schooljaar wordt bij grotere toetsen een korte vraag-/vaardigheidsanalyse toegevoegd.
4.7 Analyse kwaliteit van de toetsen
  • De toetsen sluiten in hoofdlijnen aan bij de aangeboden leerstof en de beoogde vaardigheden. De combinatie van leesvaardigheid, methodegebonden kennis, schrijf-/spreekvaardigheid en literatuur geeft een breed beeld van taalontwikkeling.
  • De spreiding is meestal acceptabel: er is onderscheid tussen sterke, gemiddelde en kwetsbare leerlingen, zonder dat een toets structureel te makkelijk of te moeilijk lijkt. Waar een onderdeel veel onvoldoendes geeft, vooral leesvaardigheid en Unit-toetsen, is aanvullende analyse nodig: waren teksten en vragen op het juiste niveau, was de voorbereiding voldoende expliciet, en is de normering vergelijkbaar met parallelklassen?
  • Voor praktische opdrachten is het gebruik van rubrics positief. Voor lees- en methodegebonden toetsen wordt afgesproken om vooraf toetsmatrijzen te gebruiken en achteraf kort te registreren welke vraagtypen of vaardigheden problemen opleverden.
4.8 Antwoorden op de kwaliteitsvragen
1

1. Welke invloed hebben de individuele/klassikale resultaten op de lesinhoud na de toets?

Na de toets worden klassikale hiaten gebruikt voor herhaling en reteaching. Bij leesvaardigheid betekent dit extra aandacht voor signaalwoorden, vraagtypen, tekststructuur en het onderbouwen van antwoorden. Individuele resultaten worden gebruikt voor gerichte feedback, herkansingsvoorbereiding, adviesgesprekken en extra oefenmateriaal.

2

2. Op welke wijze dragen de toetsen bij aan determinatie binnen de school?

De toetsen geven per vaardigheid informatie over niveau, werkhouding en zelfstandigheid. Vooral de combinatie van methodegebonden toetsen, leesvaardigheid, schrijf-/spreekvaardigheid en schoolexamens helpt om te bepalen of een leerling passend geplaatst is en welke ondersteuning of doorstroomroute logisch is.

3

3. Liggen de leerresultaten op het niveau dat verwacht mag worden?

Ja, in grote lijnen wel. De meeste klassen behalen een gemiddelde boven 6,5 en een percentage voldoendes van circa 90% of hoger. De uitzonderingen zitten vooral in specifieke onderdelen en bij enkele klassen met grotere spreiding. Dit vraagt om bijsturing, niet om een algemene conclusie dat het niveau onvoldoende is.

4

4. Lopen leerlingen in de onderbouw weinig tot geen vertraging op binnen het vak?

Op basis van de resultaten lijkt de meerderheid in de onderbouw op koers te liggen. De brugklassen en leerjaar 2 laten ruime voldoende gemiddelden zien. Vertraging dreigt vooral bij leerlingen die op methodegebonden toetsen en leesvaardigheid onder 5,5 scoren. Deze groep wordt vroegtijdig gevolgd.

5

5. Zijn de gemiddelde cijfers in overeenstemming met eindexamenresultaten en doorstroom in de bovenbouw?

De bovenbouwresultaten zijn voldoende en passen bij een realistisch doorstroombeeld. Voor een harde vergelijking met eindexamenresultaten is een apart overzicht van CE- en SE-resultaten nodig. De huidige cijfers geven wel aan dat leesvaardigheid structureel aandacht vraagt, omdat dit direct samenhangt met het eindexamen Engels.

6

6. Hoe worden toetsen tussen parallelklassen georganiseerd en afgestemd, en wat is het effect?

Parallelklassen gebruiken zoveel mogelijk dezelfde toets, dezelfde toetsmomenten, gezamenlijke rubrics en gedeelde normering. Docenten stemmen vooraf de leerstof en voorbereiding af en bespreken na afloop opvallende verschillen. Het effect is dat resultaten vergelijkbaar zijn en verschillen sneller leiden tot inhoudelijke vakgroepsgesprekken.